ECLI:NL:RBARN:2007:AZ6306
Rechtbank Arnhem
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen niet-ontvankelijkheid beroep wegens niet betalen griffierecht bij naheffingsaanslag parkeerbelasting afgewezen
Opposant heeft beroep ingesteld tegen een naheffingsaanslag parkeerbelasting, maar betaalde het griffierecht van €38 niet, waardoor het beroep niet-ontvankelijk werd verklaard door de rechtbank. Tegen deze uitspraak stelde opposant verzet in en verwees daarbij naar een andere situatie in Rotterdam waar volgens hem de Wet Mulder van toepassing was en geen griffierecht werd geheven.
De rechtbank stelt vast dat de Wet Mulder niet van toepassing is op de onderhavige naheffingsaanslag parkeerbelasting, die valt onder de Algemene wet inzake rijksbelastingen en de Algemene wet bestuursrecht. De rechtbank wijst het verzet af omdat opposant geen geldige reden heeft gegeven voor het niet betalen van het griffierecht en de wet geen mogelijkheid biedt tot matiging van het griffierecht in dit geval.
Ook het beroep op de kosten die opposant heeft gemaakt voor de procedure en het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) leidt niet tot een andere uitkomst. Er is geen sprake van een fiscale boete en het griffierecht van €38 belemmert het recht op toegang tot de rechter niet. Opposant heeft bovendien geen financiële omstandigheden aangevoerd die matiging zouden rechtvaardigen.
De rechtbank verklaart het verzet ongegrond en bevestigt daarmee de niet-ontvankelijkverklaring van het beroep wegens niet betaling van griffierecht.
Uitkomst: Het verzet wordt ongegrond verklaard en het beroep blijft niet-ontvankelijk wegens niet betaling van griffierecht.