ECLI:NL:RBARN:2007:AZ7177
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Geheel voorwaardelijke werkstraf voor feitelijke aanranding en mishandeling binnen de krijgsmacht
Een militair werd beschuldigd van feitelijke aanranding en meervoudige mishandeling van twee collega-militairen in de periode van juli 2004 tot november 2004, deels gepleegd in Brugge (België) en Den Helder. Verdachte betitelde zijn gedrag als een geintje, maar de militaire kamer oordeelde dat de gedragingen deze grens ruimschoots overschreden.
De rechtbank sprak verdachte vrij van de tenlastegelegde opzettelijke vrijheidsberoving en van het gebruik van beledigende uitingen wegens onvoldoende bewijs. Wel achtte de kamer wettig en overtuigend bewezen dat verdachte samen met anderen de collega’s feitelijk had aangerand en mishandeld met onder meer riemen, stokken, een liniaal en aanwijsstok, waarbij slachtoffers pijn en letsel ondervonden.
De strafoplegging hield rekening met de ernst van de feiten, de rol van verdachte als aanjager, zijn gebrek aan inzicht en het feit dat hij niet eerder met justitie in aanraking was geweest. Vanwege de lange duur van de procedure en het belang van een voortvarende vervolging binnen de krijgsmacht, legde de militaire kamer een geheel voorwaardelijke werkstraf van 90 uur op met een proeftijd van twee jaar.
Deze straf dient om verdachte te ontmoedigen herhaling van grensoverschrijdend gedrag en benadrukt het belang van onderlinge respect binnen de militaire gemeenschap.
Uitkomst: Verdachte wordt veroordeeld tot een geheel voorwaardelijke werkstraf van 90 uur met een proeftijd van twee jaar wegens feitelijke aanranding en meervoudige mishandeling.