ECLI:NL:RBARN:2007:AZ9657
Rechtbank Arnhem
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Vonnis over verkoop woning en gebruiksrecht na opname moeder in verpleeghuis
De zaak betreft een geschil tussen de kinderen van een moeder die sinds juni 2005 permanent verblijft in een verpleeghuis. De moeder had een recht van gebruik en bewoning op een woning die economisch eigendom is van haar kinderen gezamenlijk. Eisers vorderen dat gedaagde, een van de kinderen, meewerkt aan verkoop van de woning omdat het verblijf van moeder in het verpleeghuis van permanente aard is en het gebruiksrecht daardoor is vervallen.
Gedaagde betwist dit en stelt dat de opname tijdelijk is en dat moeder beter thuis verzorgd kan worden. Tevens is er een geschil over de betaling van kosten van de woning en terugbetaling van persoonsgebonden budget (PGB) voorschotten die onverschuldigd op de rekening van gedaagde zijn gestort.
De rechtbank stelt vast dat het verblijf van moeder in het verpleeghuis permanent is en dat het recht van gebruik en bewoning is geëindigd. De vordering tot medewerking aan verkoop wordt toegewezen met gematigde dwangsommen. Gedaagde wordt tevens veroordeeld tot betaling van haar aandeel in de kosten van de woning en tot terugbetaling van €6.169,31 aan het Zorgkantoor. De vordering van gedaagde tot aanwijzing van een andere makelaar wordt afgewezen. De proceskosten worden gecompenseerd.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot medewerking aan verkoop woning en terugbetaling onverschuldigde PGB-voorschotten.