ECLI:NL:RBARN:2007:BA0051
Rechtbank Arnhem
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering ontruiming zolder en koetshuis na echtscheiding wegens gebrek aan spoedeisend belang
Eiser en gedaagde zijn gescheiden en hebben een echtscheidingsconvenant gesloten waarbij de onroerende zaak aan gedaagde is toegewezen. Gedaagde woont op de zolderverdieping en gebruikt het koetshuis, terwijl de benedenverdieping wordt verhuurd aan haar zus. Eiser vordert in kort geding ontruiming van de zolder en het koetshuis, stellende dat hij spoedeisend belang heeft om te voorkomen dat gedaagde een woonrecht afdwingt en daarmee zijn positie in de bodemprocedure verzwakt.
Gedaagde betwist het spoedeisend belang en stelt dat zij als mede-eigenaar het gebruik van de zolder en het koetshuis overeenkomstig het convenant voortzet. De voorzieningenrechter overweegt dat het spoedeisend belang van eiser niet aannemelijk is gemaakt, mede omdat het woonrecht van gedaagde losstaat van de eigendomsverdeling en de uitspraak in kort geding de bodemrechter niet bindt.
Daarom worden de vorderingen afgewezen en wordt eiser veroordeeld in de proceskosten van gedaagde. De zaak is in afwachting van mediation en verdere behandeling in de bodemprocedure geplaatst.
Uitkomst: De vorderingen tot ontruiming van de zolder en het koetshuis worden afgewezen wegens ontbreken van een spoedeisend belang.