ECLI:NL:RBARN:2007:BA0112
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling en matiging van proceskosten in civiele procedure tussen aannemingsbedrijven
In deze civiele procedure tussen twee besloten vennootschappen, beide actief in de aannemingsbranche, stond de vergoeding van proceskosten centraal. Eiseres vorderde volledige vergoeding van haar gerechtelijke kosten, onderbouwd met facturen van haar advocaten, maar gedaagde betwistte de toewijsbaarheid van deze bedragen.
De rechtbank oordeelde dat eiseres onvoldoende heeft aangetoond dat de gemaakte gerechtelijke kosten hoger zijn dan de krachtens de wet te begroten proceskosten. De facturen waren niet gespecificeerd en deels onduidelijk verdeeld over meerdere procedures, waardoor niet duidelijk was welke kosten aan deze procedure konden worden toegerekend.
Daarom matigde de rechtbank de proceskosten overeenkomstig art. 242 Rv Pro tot een bedrag van € 3.446,93. Daarnaast veroordeelde de rechtbank gedaagde tot betaling van een hoofdsom van € 45.117,24 met contractuele rente en een bedrag van € 1.788,-- aan buitengerechtelijke kosten. Het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van hoofdsom, buitengerechtelijke kosten en gematigde proceskosten.