ECLI:NL:RBARN:2007:BA0120
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Betwisting handtekening onder schuldbekentenis en toewijzing vordering lening
In deze civiele procedure stond centraal de vraag of de handtekening onder een schuldbekentenis van 4 december 2003 toebehoorde aan de gedaagde. De eiser stelde dat hij de lening van 50.000 euro aan de gedaagde had verstrekt en dat de schuldbekentenis door de gedaagde was getekend, hoewel de handtekening van de eiser zelf niet op de akte stond.
De rechtbank nam verklaringen van partijen en getuigen in overweging, waaronder dat de eiser de lening deels contant had overhandigd en dat de schuldbekentenis in aanwezigheid van de eiser was getekend. De gedaagde betwistte de echtheid van zijn handtekening en stelde dat hij de eiser op de datum van de lening nog niet kende, maar bracht geen overtuigend tegenbewijs of getuigen in.
De rechtbank achtte het vermoeden van juistheid van de door de eiser gestelde feiten aannemelijk en wees de hoofdsom van 50.000 euro toe, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de dagvaarding. De vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten en beslagkosten werd afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing. De gedaagde werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering van 50.000 euro met rente toe en veroordeelt de gedaagde in de proceskosten.