ECLI:NL:RBARN:2007:BA1790
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- T.P.E.E. van Groeningen
- Rechtspraak.nl
Betwisting termijn dagvaarding en betaling vennootschapsschulden na derdenbeslag
In deze civiele procedure vordert de Ontvanger van de Belastingdienst betaling van belastingschulden van vennootschappen, waarvoor derdenbeslag is gelegd onder gedaagde. Gedaagde heeft verklaard niets van de vennootschappen onder zich te hebben, maar de Ontvanger betwist deze verklaringen en stelt dat een bedrag van € 239.595,95 ten onrechte op de privérekening van gedaagde is gestort.
De rechtbank stelt vast dat de termijn van twee maanden voor dagvaarding op grond van artikel 477a Rv pas begint te lopen vanaf het moment dat de executant de verklaring daadwerkelijk ontvangt, en niet bij dagtekening of verzending. De Ontvanger heeft aannemelijk gemaakt dat de verklaring op 24 januari 2006 is ontvangen, waardoor de dagvaarding op 23 maart 2006 tijdig was.
Verder oordeelt de rechtbank dat gedaagde een deel van het geld van de vennootschappen onder zich heeft, ondanks haar eerdere verklaringen. De rechtbank wijst partijen erop om overleg te plegen over de omvang van de betalingen en de mogelijkheid van een schikking. Verdere beslissingen worden aangehouden.
Uitkomst: De dagvaarding was tijdig en gedaagde heeft een deel van het geld van de vennootschappen onder zich, betaling wordt gevorderd maar verdere beslissing is aangehouden.