ECLI:NL:RBARN:2007:BA2965
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- T.P.E.E. van Groeningen
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot tussentijdse beëindiging van schuldsaneringsregeling wegens ontbreken van kwade trouw
De rechtbank Arnhem behandelde het verzoek van Arenda B.V. om de schuldsaneringsregeling van de schuldenaren tussentijds te beëindigen. De schuldenaren hadden in 2001 met geleend geld van Arenda een auto gekocht waarop een bezitloos pandrecht rustte. Deze auto werd in 2002 ingeruild voor een andere auto, waarbij de opbrengst niet aan Arenda werd voldaan.
De schuldenaren verklaarden dat zij de akte tot bezitloze verpanding hadden getekend zonder volledig te begrijpen waarvoor, en dat zij niet wisten dat verkoop of inruil van de auto niet was toegestaan. De advocaat van Arenda stelde dat de schuldenaren hadden moeten weten wat de akte inhield en dat verkoop van een verpande auto strafbaar is.
De bewindvoerder stelde dat de schuldenaren niet te kwader trouw waren en dat het niet duidelijk was dat verkoop verboden was. De rechtbank oordeelde dat onvoldoende aannemelijk was dat de schuldenaren bewust Arenda benadeelden. Er was geen bewijs dat zij opzettelijk informatie hadden achtergehouden of hun verplichtingen niet nakwamen.
Gezien de periode van drie jaar tussen inruil en toelating tot de schuldsaneringsregeling en het feit dat aflossingen aan Arenda waren voldaan, zag de rechtbank geen reden om de regeling tussentijds te beëindigen. Het verzoek van Arenda werd daarom afgewezen.
Uitkomst: Verzoek tot tussentijdse beëindiging van de schuldsaneringsregeling wordt afgewezen wegens ontbreken van kwade trouw.