ECLI:NL:RBARN:2007:BA4230
Rechtbank Arnhem
- Kort geding
- G. Noordraven
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering erfdienstbaarheid achterpad wegens onvoldoende bewijs verjaring
Eisers zijn sinds 1990 eigenaar van een perceel aan de [adres] 46, gedaagde sinds 1978 van een nabijgelegen perceel aan de [adres] 42. Er is een geschil over het gebruik van een achterpad dat achter beide percelen loopt. Eisers vorderen dat gedaagde wordt verboden het achterpad te blokkeren en dat bij verkoop aan rechtsopvolgers een kwalitatieve verplichting wordt opgelegd tot toegang.
Eisers baseren hun vordering op de stelling dat door verjaring een erfdienstbaarheid is ontstaan ten gunste van hun perceel. Diverse oud-bewoners hebben verklaringen overgelegd over het gebruik van het pad, maar deze spreken elkaar tegen. Gedaagde heeft verklaard het pad vanaf 1984 te hebben ontgonnen en aangelegd, en zich steeds zijn rechten als eigenaar te hebben voorbehouden.
De voorzieningenrechter oordeelt dat onvoldoende aannemelijk is dat vanaf 1939 tot 1984/1985 een vrije doorgang over het achterpad bestond. Ook is niet aannemelijk dat er een erfdienstbaarheid door verjaring is ontstaan onder het oude recht of het nieuwe artikel 5:72 BW Pro, omdat de verjaringstermijn niet is voltooid en er geen inschrijving in de openbare registers is. Het belang van gedaagde bij afsluiting van het pad in verband met verkoop weegt zwaarder dan het belang van eisers. De vorderingen worden afgewezen en eisers worden veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vorderingen van eisers worden afgewezen omdat onvoldoende aannemelijk is dat door verjaring een erfdienstbaarheid is ontstaan.