ECLI:NL:RBARN:2007:BA4554
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Geldboete voor valsheid in geschrift door aannemersbedrijf wegens valse factuur in ambtelijke corruptiezaak
De rechtbank Arnhem heeft op 3 mei 2007 uitspraak gedaan in een strafzaak tegen een aannemersbedrijf en haar vertegenwoordiger wegens valsheid in geschrift. Het bedrijf had een factuur opgemaakt voor werkzaamheden aan een Rijksgebouwendienst-project die niet waren uitgevoerd. Diverse getuigenverklaringen en administratieve onderzoeken bevestigden dat de werkzaamheden niet hadden plaatsgevonden.
De verdediging betwistte de onjuistheid van de factuur, maar de rechtbank achtte de bewijsmiddelen overtuigend en sprak verdachte vrij van andere tenlastegelegde feiten. De rechtbank oordeelde dat de valsheid in geschrift gepleegd was binnen de sfeer van de rechtspersoon, waardoor het bedrijf strafrechtelijk aansprakelijk kon worden gehouden.
De rechtbank wees de niet-ontvankelijkheidsverweren van de verdediging af, waaronder het bezwaar tegen de bevoegdheid van de rechtbank en vermeende schendingen van het EVRM. Bij de strafoplegging werd rekening gehouden met de ernst van het feit, de ambtelijke corruptiecontext en de lange duur van de procedure, wat leidde tot een geldboete van €10.000 waarvan €5.000 voorwaardelijk.
De uitspraak benadrukt de juridische criteria voor toerekening van strafbare feiten aan rechtspersonen en bevestigt dat ook bedrijven aansprakelijk kunnen worden gesteld voor valsheid in geschrift gepleegd door hun vertegenwoordigers.
Uitkomst: Het aannemersbedrijf is veroordeeld tot een geldboete van €10.000 wegens het opmaken van een valse factuur.