ECLI:NL:RBARN:2007:BA4556
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Geldboete voor valsheid in geschrift door directeur aannemingsbedrijf
De rechtbank Arnhem heeft op 3 mei 2007 uitspraak gedaan in een strafzaak tegen de directeur van een aannemingsbedrijf en diens bedrijf. Verdachte werd beschuldigd van valsheid in geschrift met betrekking tot een factuur van 3 december 1996, die valse werkzaamheden claimde ten behoeve van de Rijksgebouwendienst.
Tijdens de terechtzittingen op 11 mei 2006, 7 december 2006 en 20 april 2007 werd vastgesteld dat de werkzaamheden op de factuur niet waren uitgevoerd. Dit werd onderbouwd met verklaringen van getuigen die betrokken waren bij het project en administratieve stukken. Verdachte betwistte de onjuistheid van de factuur, maar zijn stellingen werden door de rechtbank verworpen.
De rechtbank oordeelde dat verdachte als directeur feitelijk leiding gaf aan het aannemingsbedrijf en bewust maatregelen ter voorkoming van de verboden gedragingen heeft nagelaten. Verdachte werd veroordeeld tot een geldboete van € 2.500, te vervangen door 50 dagen hechtenis bij niet-betaling. De rechtbank hield rekening met de aard van het feit, de ambtelijke corruptiecontext, en de lange duur van het onderzoek.
De rechtbank verwierp alle niet-ontvankelijkheidsverweren van de verdediging, waaronder bevoegdheids- en schendingen van het gelijkheidsbeginsel en artikel 6 EVRM Pro. De strafbaarheid van verdachte werd bevestigd, en hij werd vrijgesproken van overige tenlastegelegde feiten die niet bewezen konden worden.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot een geldboete van € 2.500, te vervangen door 50 dagen hechtenis bij niet-betaling wegens valsheid in geschrift.