ECLI:NL:RBARN:2007:BA5507
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- R.J.B. Boonekamp
- G. Noordraven
- C.M.E. Lagarde
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vorderingen wegens onvoldoende bewijs contractspartij bij leningsovereenkomst
In deze civiele procedure stond centraal of eiseres B.V. kon bewijzen dat gedaagde sub 1 begreep dat zij contractspartij was bij een leningsovereenkomst van EUR 25.000,00 die was overgenomen van gedaagde sub 2. Eiseres B.V. bracht haar directeur als partijgetuige en bankafschriften in, terwijl gedaagde sub 1 als getuige werd gehoord.
De rechtbank oordeelde dat de verklaring van de directeur van eiseres B.V. slechts aanvullend bewijs kon leveren en dat de verklaring van gedaagde sub 1 niet zonder meer ongeloofwaardig was. Er kon niet worden vastgesteld dat gedaagde sub 1 wist of had moeten begrijpen dat eiseres B.V. zijn contractspartij was bij de lening.
Ook de bankafschriften en de verwijzingen in de overeenkomsten boden onvoldoende grond om dit te bewijzen. Hierdoor faalde de bewijsopdracht en werd de vordering tegen gedaagde sub 1 afgewezen.
De subsidiaire vordering tegen gedaagde sub 2 werd eveneens afgewezen omdat de gevolgen van het bewijsrisico niet zonder grondslag op hem konden worden afgewenteld. Ten slotte werden de proceskosten verdeeld zoals bepaald in het vonnis.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen van eiseres B.V. af wegens het niet slagen in de bewijsopdracht dat zij contractspartij was bij de leningsovereenkomst.