ECLI:NL:RBARN:2007:BA5539
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Uitleg van de converteerbare geldlening en de wijze van rentebetaling na conversie
De zaak betreft een geschil tussen de gemeente Nijmegen en N.V. Nuon Netwerk Services over de uitleg van een converteerbare geldleningsovereenkomst uit 1998. De kern van het geschil is of na conversie van de lening in een 18-jarige annuïtaire lening de rente jaarlijks vooraf of achteraf moet worden betaald, en op welke wijze de annuïteit moet worden berekend.
De gemeente stelde dat de rente ook na conversie jaarlijks vooraf op 1 januari moet worden voldaan, conform artikel 2 van Pro de overeenkomst, terwijl Nuon betwistte dat de rente vooraf moet worden betaald en stelde dat de annuïteit als geheel jaarlijks achteraf moet worden voldaan. De rechtbank constateerde dat de overeenkomst zelf niet duidelijk is en dat de partijen voorafgaand aan de overeenkomst niet expliciet hebben gesproken over het tijdstip van rentebetaling na conversie.
De rechtbank overwoog dat het gebruikelijk is dat bij annuïtaire leningen rente en aflossing niet worden gescheiden en dat betaling achteraf gebruikelijk is. Toch was het voor de gemeente van belang een continue inkomstenstroom te waarborgen, wat pleitte voor betaling van de rente vooraf. Nuon erkende dat dit onderwerp van gesprek was en bevestigde dat ook na conversie de rente jaarlijks vooraf moest worden voldaan.
De rechtbank concludeerde dat er een innerlijke tegenstrijdigheid bestaat in de overeenkomst: de annuïteit is berekend op basis van betaling achteraf, terwijl de rente vooraf betaald moet worden. Dit kan alleen worden opgelost door redelijkheid en billijkheid. Gezien de bedoeling van de partijen en het belang van de gemeente werd geoordeeld dat na conversie de gehele annuïteit jaarlijks vooraf moet worden betaald, waarbij rente en aflossing vooraf worden berekend. De vorderingen van de gemeente werden afgewezen, de subsidiaire vordering van Nuon toegewezen en de boeterentevordering van de gemeente afgewezen.
Uitkomst: Na conversie moet de annuïteit jaarlijks vooraf worden betaald, waarbij rente en aflossing vooraf worden berekend; de vorderingen van de gemeente worden afgewezen.