ECLI:NL:RBARN:2007:BA5581
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onredelijk bezwarend verklaarde franchisevergoeding bij beëindiging franchiseovereenkomst
Tussen Franchise For All (FFA) en een vennootschap onder firma (VOF) is een franchiseovereenkomst gesloten. FFA zegde de overeenkomst op wegens het niet voldoen aan de solvabiliteitsnorm van de Stichting Garantiefonds Reisgelden (SGR). De franchisenemers betwistten de kennis van deze norm en de rechtmatigheid van de opzegging.
De rechtbank oordeelde dat de franchisenemers zich hadden moeten informeren over de SGR-normen en dat FFA gerechtigd was de overeenkomst met onmiddellijke ingang op te zeggen op grond van artikel 10.3 van de franchiseovereenkomst. De franchisenemers erkenden de beëindiging en voerden geen nietigheid aan.
De kern van het geschil betrof artikel 12.3 van de overeenkomst, dat een vergoeding van 2% van de omzet bij beëindiging voorschrijft. De rechtbank stelde vast dat dit beding algemene voorwaarden bevatte, maar niet tot de kern van de prestaties behoorde. Het beding werd onredelijk bezwarend geoordeeld omdat het los stond van de werkelijk geleden schade en een hoge vergoeding kon opleggen.
Daarom vernietigde de rechtbank artikel 12.3 en wees de vordering van FFA tot betaling van deze vergoeding af. De openstaande nota's en buitengerechtelijke incassokosten werden wel toegewezen. De franchiseovereenkomst werd geacht per 1 juli 2006 te zijn beëindigd en er was geen grond voor schadevergoeding aan de franchisenemers.
De proceskosten werden tussen partijen gecompenseerd.
Uitkomst: Artikel 12.3 van de franchiseovereenkomst is vernietigd als onredelijk bezwarend, opzegging wegens onvoldoende solvabiliteit is rechtsgeldig, en een deel van de openstaande nota's en incassokosten zijn toegewezen.