ECLI:NL:RBARN:2007:BA5584
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- G. Noordraven
- Rechtspraak.nl
Vergoeding premie na stilzwijgende verlenging ziektewetverzekering ondanks opzeggingsgeschil
De verzekerde sloot een ziektewetverzekering af die stilzwijgend telkens met drie jaar werd verlengd. Hij stelde de verzekering per faxbrief van september 2002 te hebben opgezegd per eind 2002, maar kon dit niet aantonen. Achmea, de verzekeraar, factureerde premies over 2002 tot en met 2005, waarvan een deel onbetaald bleef.
De verzekerde voerde aan dat de verzekering per eind 2002 was beëindigd en dat de redelijkheid en billijkheid meebrengen dat Achmea haar opzeggingsrecht had moeten gebruiken, omdat de dekking was geschorst en Achmea geen risico liep. De rechtbank verwierp deze argumenten, verwijzend naar eerdere rechtspraak en het ontbreken van bijzondere omstandigheden.
De rechtbank oordeelde dat de verzekering stilzwijgend was verlengd tot eind 2005, dat de verzekerde de premie en wettelijke rente verschuldigd was, en dat de buitengerechtelijke incassokosten toewijsbaar waren. De verzekerde werd veroordeeld tot betaling van € 50.464,82 plus rente en kosten. Het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Verzekerde wordt veroordeeld tot betaling van achterstallige premie, rente en incassokosten tot eind 2005.