ECLI:NL:RBARN:2007:BA5747
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- T.P.E.E. van Groeningen
- Rechtspraak.nl
Beoordeling opzegging mantelovereenkomst en deelovereenkomsten tussen Cito en dienstverlener
De zaak betreft een geschil tussen [eiser], een dienstverlener, en de Stichting Cito over de opzegging van een mantelovereenkomst en bijbehorende deelovereenkomsten voor het verzorgen van helpdesk- en cursusdiensten.
Partijen sloten in 2003 een mantelovereenkomst met deelovereenkomsten voor diensten zoals de helpdesk voor het LeerlingVolgSysteem (LVS) en LVS+. Cito zegde deze overeenkomsten in 2005 op met inachtneming van de contractuele opzegtermijnen. [eiser] betwistte de bevoegdheid van de opzeggingsbevoegde en stelde dat de opzegging onaanvaardbaar en onrechtmatig was, mede vanwege investeringen en de impact op zijn bedrijf.
De rechtbank stelde vast dat de opzegging bevoegd en conform de overeengekomen bepalingen was gedaan. De omstandigheden, waaronder de duur van de samenwerking en de opzegtermijnen, rechtvaardigden de opzegging. De stelling dat Cito geen belang had bij de opzegging werd verworpen. Ook het overnemen van twee werknemers door Cito werd niet als onrechtmatig beoordeeld. Wel erkende de rechtbank dat Cito onjuiste informatie had verstrekt over de beëindiging van de LVS+-helpdesk, waardoor schadevergoeding aan [eiser] werd toegekend.
De rechtbank veroordeelde Cito tot betaling van €4.680,- vermeerderd met BTW en wettelijke rente voor de schade door de onrechtmatige beëindiging van de LVS+-overeenkomst. De overige vorderingen en buitengerechtelijke kosten werden afgewezen. De proceskosten werden gecompenseerd.
Uitkomst: De opzegging was rechtsgeldig en niet onaanvaardbaar, maar Cito moet €4.680,- plus rente vergoeden voor onjuiste informatie over de LVS+-helpdesk.