ECLI:NL:RBARN:2007:BA5767
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot nader tegenbewijs in civiele procedure wegens aanranding
In deze civiele zaak heeft de rechtbank Arnhem vastgesteld dat gedaagde eiseres gedurende enkele weken in maart-april 2001 meermalen heeft aangerand, en dat hij aansprakelijk is voor de daardoor geleden schade. De rechtbank benoemde een psychiater als deskundige om de psychische gevolgen van de aanrandingen te onderzoeken. Na ontvangst van het deskundigenrapport heeft gedaagde verzocht om nader tegenbewijs te mogen leveren, gebaseerd op een rapport van een klinisch psychologe dat de betrouwbaarheid van eiseres' verklaringen in twijfel trekt.
De rechtbank oordeelt dat het verzoek om nader tegenbewijs in wezen een poging is om terug te komen op de bindende eindbeslissing over de feiten en aansprakelijkheid. Volgens vaste rechtspraak is terugkomen op dergelijke eindbeslissingen in dezelfde instantie niet toegestaan, tenzij bijzondere omstandigheden dit onaanvaardbaar maken. De rechtbank ziet geen juridische of feitelijke misslag en acht het rapport van de klinisch psychologe geen bijzondere omstandigheid.
Daarnaast constateert de rechtbank een misverstand in het deskundigenrapport over de duur van de aanrandingen, wat een deel van het rapport onbruikbaar maakt. De rechtbank nodigt partijen uit zich uit te laten over de noodzaak van een nieuw of nader deskundigenbericht en over de schoolprestaties van eiseres in de relevante periode, met het oog op het causale verband tussen aanrandingen en schade.
De zaak wordt aangehouden en verwezen naar een rolzitting voor verdere aktewisseling over deze punten. Het verzoek van gedaagde tot nader tegenbewijs wordt afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek van gedaagde om nader tegenbewijs te leveren wordt afgewezen en de zaak wordt aangehouden voor nadere aktewisseling.