ECLI:NL:RBARN:2007:BA5893
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Terugvordering verduisterde kassa-inkomsten door bedieningsmedewerkster
Eiser exploiteert horecazaken en stelde vast dat gedaagde 1, een bedieningsmedewerkster, geld uit de kassa verduisterde door bestellingen niet aan te slaan maar wel contant geld te ontvangen. Dit werd bevestigd door camerabeelden en erkenning van gedaagde 1, die daarop op staande voet werd ontslagen.
Eiser vorderde een schadevergoeding van €47.000, gebaseerd op een schatting van €100 per dag verduisterd geld over drie dagen per week gedurende drie jaar. Gedaagde 1 erkende verduistering maar betwistte de omvang en stelde dat zij pas vanaf juni 2005 verduisterde, gemiddeld één à twee keer per week bedragen tussen €20 en €50.
De rechtbank oordeelde dat de schade op basis van art. 6:97 BW Pro geschat moet worden en vond de schatting van eiser te hoog en onvoldoende onderbouwd. Uit kassarapporten bleek dat gedaagde 1 een verhoogd aantal 'geen verkoop'-registraties had, wat duidt op verduistering vanaf ongeveer een jaar voorafgaand aan haar betrapping. De rechtbank schatte de verduistering op €50 per keer, drie keer per week, over een jaar, wat resulteerde in een bedrag van €7.800.
De vordering tegen gedaagde 2, de partner van gedaagde 1, werd afgewezen omdat onvoldoende direct verband bestond tussen diens verrijking en de verarming van eiser. De rechtbank wees tevens het beroep van gedaagde 1 op artikel 6:101 BW Pro af en bepaalde dat partijen zich nader konden uitlaten over de waarde van vakantiegeld en niet-genoten vakantiedagen.
Uitkomst: Gedaagde 1 wordt veroordeeld tot terugbetaling van circa €7.800 aan verduisterde kassa-inkomsten, vordering tegen gedaagde 2 wordt afgewezen.