ECLI:NL:RBARN:2007:BA6830
Rechtbank Arnhem
- Kort geding
- G. Noordraven
- Rechtspraak.nl
Opheffing beslag wegens ondeugdelijke vordering en waardevermindering aandelen
In deze zaak tussen twee voormalige partners en 50% aandeelhouders van Pondac Products B.V. staat de vraag centraal of een van hen persoonlijk aansprakelijk kan worden gehouden voor waardevermindering van aandelen en of het beslag op diens vermogensbestanddelen terecht is.
De rechtbank verwijst naar het standaardarrest ABP/Poot van de Hoge Raad en stelt dat in beginsel alleen de vennootschap zelf schadevergoeding kan vorderen bij waardevermindering van aandelen. Een uitzondering geldt alleen indien een specifieke zorgvuldigheidsnorm is geschonden, wat hier onvoldoende is onderbouwd.
De voorzieningenrechter beoordeelt dat de beslagleggingen de financiële positie van eiser ernstig hebben verslechterd en dat hij een spoedeisend belang heeft bij opheffing van het beslag. De beslagleggingen worden daarom opgeheven voor zover zij het bedrag van €40.000 overschrijden, met behoud van beslag ter zekerheid van deze vordering.
De rechtbank wijst een dwangsom toe voor het geval het beslag op de woning niet wordt opgeheven na het stellen van voldoende zekerheid. De proceskosten worden gecompenseerd omdat het geschil voortvloeit uit een affectieve relatie tussen partijen.
Het vonnis is gewezen door mr. G. Noordraven en in het openbaar uitgesproken op 3 mei 2007.
Uitkomst: Het beslag wordt opgeheven voor zover het bedrag van €40.000 overschrijdt, met behoud van beslag ter zekerheid van deze vordering.