ECLI:NL:RBARN:2007:BA8282
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Toepassing geruisloze omzettingsfaciliteit bij verhuur onderneming aan zoon
Eiser verhuurde zijn voorheen zelf gedreven onderneming aan zijn zoon, waarbij hij medegerechtigd bleef tot het ondernemingsvermogen. Verweerder weigerde toepassing van de geruisloze omzettingsfaciliteit bij de inbreng van de onderneming in een besloten vennootschap. De rechtbank stelde vast dat eiser mede voor rekening en risico van de onderneming was en dat zijn medegerechtigdheid de rechtstreekse voortzetting van zijn ondernemerschap vormde.
De rechtbank oordeelde dat eiser daarom gebruik kan maken van de geruisloze omzettingsfaciliteit van artikel 3.65 Wet IB 2001. De afwijzing door verweerder werd vernietigd en verweerder werd opgedragen een nieuwe beslissing te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Daarnaast wees de rechtbank een proceskostenvergoeding toe aan eiser op basis van forfaitaire normen, waarbij een integrale vergoeding werd afgewezen.
De procedure omvatte een bezwaar- en beroepsfase, waarin eiser werd bijgestaan door gemachtigden. De uitspraak werd gedaan door de meervoudige belastingkamer van de rechtbank Arnhem op 8 juni 2007 en in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en vernietigt de uitspraak op bezwaar, waarbij verweerder wordt opgedragen een nieuwe beslissing te nemen met inachtneming van de uitspraak.