ECLI:NL:RBARN:2007:BA9011
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- E. Klein Egelink
- C. van Linschoten
- G.A. van der Straaten
- Rechtspraak.nl
Recht op inzage in gegevens onder Wiv oud eindigt met overlijden betrokkene
Betrokkene had een verzoek ingediend om inzage te krijgen in zijn gegevens op grond van de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten (Wiv oud). Na het overlijden van betrokkene zetten zijn erfgenamen de procedure voort. De rechtbank stelde vast dat hoewel de erfgenamen de rechtspositie van betrokkene onder algemene titel overnemen, het recht op inzage een hoogstpersoonlijk recht is dat niet overdraagbaar is.
De rechtbank overwoog dat op verzoeken om inzage in gegevens van anderen de Wiv oud van toepassing is, die een gesloten verstrekkingenregime kent. Alleen betrokkene zelf kan op grond van de Wiv oud juncto de WOB inzage verkrijgen. De erfgenamen worden als derden beschouwd en hebben geen recht op inzage in de gegevens van betrokkene.
Het beroep van de erfgenamen werd daarom ongegrond verklaard. De rechtbank vond geen strijd met artikel 8 EVRM Pro omdat dit artikel alleen de privé-sfeer van de betrokkene en diens gezinsleden beschermt. Het verzoek om verstrekking van gegevens werd getoetst aan de Wiv oud, waarbij de rechtbank concludeerde dat verstrekking aan derden niet noodzakelijk is voor de taak van de diensten en daarom niet toegestaan is.
De rechtbank wees het beroep af en sprak geen proceskostenveroordeling uit. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep van de erfgenamen op inzage in de gegevens van betrokkene wordt ongegrond verklaard omdat het recht op inzage een hoogstpersoonlijk recht is dat met het overlijden eindigt.