ECLI:NL:RBARN:2007:BA9140
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Geen aanslagdrempel bij terugbetaalde voorlopige teruggaaf inkomstenbelasting
Eiser kreeg voor het jaar 2004 een voorlopige teruggaaf inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen toegekend, die hij later geheel terugbetaalde na een herziening. De definitieve aanslag over 2004 hield geen rekening met de aanslagdrempel van €217, waarna eiser bezwaar maakte en beroep instelde tegen deze aanslag.
De rechtbank stelde vast dat de voorlopige teruggaaf niet uitsluitend met het oog op heffingskortingen was vastgesteld en dat de terugbetaalde voorlopige teruggaaf moet worden beschouwd als een vastgestelde voorlopige aanslag in de zin van artikel 9.4, eerste lid, onderdeel b, van de Wet IB 2001. Hierdoor is de aanslagdrempel niet van toepassing.
Eiser voerde aan dat hij ongelijk werd behandeld ten opzichte van belastingplichtigen zonder voorlopige teruggaaf, wat een schending van het gelijkheidsbeginsel zou zijn. De rechtbank verwierp dit betoog, stellende dat de wetgever binnen zijn beoordelingsvrijheid handelt en dat er geen sprake is van een verboden discriminatie.
Het beroep van eiser werd daarom ongegrond verklaard en de aanslag gehandhaafd. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en handhaaft de aanslag zonder toepassing van de aanslagdrempel.