ECLI:NL:RBARN:2007:BB0125
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vorderingen lening wegens bekrachtiging en schijn van volmacht
Eiser vorderde betaling van een lening die hij in 1998 aan twee op te richten vennootschappen zou hebben verstrekt. De gedaagden stelden dat de lening was aangegaan met een andere partij, die tevens de terugbetaling had ontvangen. De rechtbank overwoog dat de verjaringstermijn van vijf jaar pas loopt vanaf het moment van opeising en dat het niet duidelijk was wanneer die begon.
De rechtbank nam aan dat de vennootschappen de leningen stilzwijgend hadden bekrachtigd door terugbetaling aan de tussenkomende partij, die op grond van gedragingen van eiser als gemachtigde mocht worden beschouwd. Hierdoor was de terugbetaling bevrijdend en kon eiser zich niet beroepen op het ontbreken van volmacht.
Verder bleek uit de verklaringen dat de zakelijke contacten en betalingen vooral met de tussenkomende partij werden onderhouden, en dat eiser niet rechtstreeks met de gedaagden handelde. De rechtbank oordeelde dat de vorderingen tegen de vennootschappen en de directeur-afgevaardigden moesten worden afgewezen en veroordeelde eiser in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen van eiser af wegens bekrachtiging en bevrijdende terugbetaling aan een gemachtigde.