ECLI:NL:RBARN:2007:BB1009
Rechtbank Arnhem
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering nietigheid ontslag tijdens proeftijd wegens onbevoegde opzeggingsbrief en misbruik bevoegdheid
De werknemer trad op 14 mei 2007 in dienst bij InterArt met een arbeidsovereenkomst voor één jaar en een proeftijd van één maand. Op 11 juni 2007 meldde hij zich ziek en op 13 juni 2007 ontving hij een ontslagbrief, gedateerd 12 juni 2007, ondertekend door de algemeen coördinator van InterArt.
De werknemer stelde dat het ontslag nietig was omdat de opzeggingsbrief niet door een statutair bevoegde persoon was ondertekend en dat het ontslag misbruik van bevoegdheid en strijd met goed werkgeverschap betrof. De kantonrechter verwierp deze verweren omdat statutaire bevoegdheid niet vereist is voor een rechtsgeldige opzegging en de algemeen coördinator bevoegd was om ontslag aan te zeggen namens de directie.
Verder oordeelde de rechter dat overtreding van goed werkgeverschap niet leidt tot nietigheid van het ontslag, maar hoogstens tot een schadevergoedingsvordering. Het ontslag tijdens de proeftijd is niet verboden bij ziekte, zodat geen sprake was van misbruik van bevoegdheid. De kantonrechter achtte de kans op succes van de vordering in een bodemprocedure onvoldoende en wees de vordering af.
De werknemer werd veroordeeld in de proceskosten van €200,-. Het vonnis werd op 1 augustus 2007 uitgesproken door kantonrechter M.I.A. Schlaghecke-Bouman.
Uitkomst: De vordering tot nietigheid van het ontslag wordt afgewezen en de werknemer wordt veroordeeld in de proceskosten.