ECLI:NL:RBARN:2007:BB1184
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- B.P.M. Weusten
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering verhuurder tot ontruiming wegens opschorting huurbetaling door nieuwe huurder
De zaak betreft een geschil tussen een verhuurder en een nieuwe huurder over de betaling van huurpenningen en het gebruik van gehuurde bedrijfsruimte. De verhuurder vordert betaling van achterstallige huur en ontruiming van het gehuurde, omdat de oude huurder weigert te vertrekken. De nieuwe huurder stelt zich op het standpunt dat hij de huur mag opschorten zolang hij feitelijk geen beschikking heeft over het gehuurde.
De rechtbank stelt vast dat de overeenkomst tussen partijen een driepartijenovereenkomst is, waarbij niet alleen de oude huurder, maar ook de verhuurder verplicht is de nieuwe huurder als partij te erkennen en diens rechten te respecteren. Artikel 17 lid 1 van Pro de Algemene bepalingen geeft de nieuwe huurder het recht tot opschorting van huurbetaling zolang het gehuurde niet beschikbaar is door niet tijdige ontruiming door de vorige huurder.
De rechtbank oordeelt dat de nieuwe huurder zich met succes op dit opschortingsrecht kan beroepen en dat de vordering van de verhuurder tot ontruiming en betaling van achterstallige huur niet gegrond is. Ook is geen bankgarantie verschuldigd en is geen boete verbeurd. De vordering wordt daarom afgewezen en de verhuurder wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering van de verhuurder tot ontruiming en betaling van huur wordt afgewezen vanwege het opschortingsrecht van de nieuwe huurder.