ECLI:NL:RBARN:2007:BB1596
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- Prisse
- Van de Wetering
- Morsink
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak verdachte mensenhandel wegens ontbreken bewijs aanwerving en uitbuiting
Verdachte werd beschuldigd van mensenhandel, specifiek het aanwerven en meenemen van personen met het oogmerk hen te laten prostitueren. De tenlastelegging betrof de periode van november 2005 tot en met maart 2007 in verschillende plaatsen in Nederland en Polen.
De rechtbank constateerde dat de dagvaarding niet overeenkwam met het wettelijk artikel waarop werd gedoeld, namelijk artikel 273f lid 3 Sr. Uit het dossier bleek niet dat verdachte of zijn medeverdachte initiatief hadden genomen om vrouwen aan te werven of mee te nemen. Verklaringen van slachtoffers wezen erop dat vrouwen zelf aan verdachte vroegen mee te reizen naar Nederland.
Hoewel vaststond dat verdachte wist dat de vervoerde vrouwen zich in Nederland zouden prostitueren, ontbrak het aan bewijs van gezamenlijk aanwerven met het oogmerk tot prostitutie en aan uitbuiting. De rechtbank vond geen aanwijzingen van onvrijheid om te stoppen met prostitutie.
De voorlopige hechtenis van verdachte was eerder opgeheven. Uiteindelijk oordeelde de rechtbank dat het tenlastegelegde niet wettig en overtuigend was bewezen en sprak verdachte vrij.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens ontbreken van wettig en overtuigend bewijs van mensenhandel.