ECLI:NL:RBARN:2007:BB2008
Rechtbank Arnhem
- Kort geding
- G. Noordraven
- Rechtspraak.nl
Uitleg ontbindingsbeschikking en aanspraak op billijkheidsvergoeding na beëindiging arbeidsovereenkomst
De zaak betreft een geschil tussen Stichting Rijdende School en een voormalig werknemer over de uitleg van een ontbindingsbeschikking van de kantonrechter Eindhoven. De arbeidsovereenkomst werd op 4 mei 2006 ontbonden met een billijkheidsvergoeding van € 55.000 bruto, waarvan € 15.000 direct en € 40.000 onder aftrek van wachtgeld- of werkeloosheidsuitkeringen zou worden betaald.
De werknemer had echter vanaf 1 juni 2006 een nieuw dienstverband en ontving geen wachtgeld- of werkeloosheidsuitkering. De Stichting vorderde dat de werknemer de executie van het vonnis zou staken, omdat volgens haar geen aanspraak bestond op de aanvullende € 40.000 zonder wachtgeldsituatie.
De rechtbank oordeelde dat de ontbindingsbeschikking zo moet worden uitgelegd dat de aanvullende vergoeding alleen verschuldigd is indien sprake is van een wachtgeldsituatie. Aangezien de werknemer een nieuwe baan had en geen wachtgeld ontving, kon hij geen aanspraak maken op de aanvullende vergoeding. De Stichting had met de betaling van € 15.000 voldaan aan de beschikking. De vordering tot staking van executie werd toegewezen en de werknemer werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De werknemer kan geen aanspraak maken op de aanvullende vergoeding van € 40.000 zonder wachtgeldsituatie; de Stichting heeft voldaan aan haar betalingsverplichting met € 15.000.