ECLI:NL:RBARN:2007:BB2014
Rechtbank Arnhem
- Raadkamer
- E.H. Köhne-Hoegen
- C.M. Vinck
- J. Barrau
- Rechtspraak.nl
Bezwaarschrift tegen opname DNA-profiel na lichte geweldpleging ongegrond verklaard
Een jeugdige veroordeelde maakte bezwaar tegen het bepalen en verwerken van zijn DNA-profiel na een veroordeling voor diefstal met geweld gepleegd in vereniging. Hij voerde aan dat zijn aandeel gering was, de opgelegde straf licht, en dat er geen recidivegevaar bestond gezien het een eenmalig incident was zonder eerdere justitiële contacten.
De rechtbank nam kennis van het vonnis, het bevel tot DNA-afname en de feitelijke afname van het DNA-materiaal. De rechtbank oordeelde dat het bezwaarschrift ontvankelijk was ondanks dat het prematuur was ingediend, omdat de raadsman mocht aannemen dat de afname eerder had plaatsgevonden.
De rechtbank overwoog dat de wet DNA-onderzoek bepaalt dat afname achterwege blijft indien het bepalen en verwerken van het DNA-profiel niet van betekenis zal zijn voor opsporing of vervolging. Gelet op het ernstige karakter van het delict en het risico op recidive, concludeerde de rechtbank dat het belang van DNA-onderzoek aanwezig is.
Daarom verklaarde de rechtbank het bezwaarschrift ongegrond. De beschikking werd ondertekend door de kinderrechter C.M. Vinck, aangezien de voorzitter niet in staat was te tekenen.
Uitkomst: Het bezwaarschrift tegen het bepalen en verwerken van het DNA-profiel is ongegrond verklaard.