ECLI:NL:RBARN:2007:BB2559
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Boeteoplegging wegens het zonder vergunning laten verrichten van arbeid door vreemdeling
Eiser kreeg een bestuurlijke boete van €4.000 opgelegd door de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid wegens het laten verrichten van arbeid door een vreemdeling zonder de vereiste tewerkstellingsvergunning. De arbeid bestond uit het loskoppelen van een motorblok in een autowerkplaats.
Eiser betwistte het besluit en voerde aan dat de werkzaamheden een eenmalige vriendendienst betrof en dat de Wav niet bedoeld is om dergelijke situaties te bestraffen. De rechtbank oordeelde dat eiser als werkgever in de zin van de Wav moet worden beschouwd omdat hij de vreemdeling een persoonlijke dienst liet verrichten. Een beloning is niet vereist voor persoonlijke dienstverlening en ook eenmalige diensten vallen hieronder.
De rechtbank verwierp het verweer dat het verslag van de hoorzitting onjuist zou zijn en oordeelde dat de boete terecht is vastgesteld conform de beleidsregels boeteoplegging Wav. De omstandigheden van eiser, zoals leeftijd en inkomen, vormen geen uitzonderlijke reden om van de beleidsregels af te wijken. Het beroep is daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de boete van €4.000 wegens het zonder vergunning laten verrichten van arbeid door een vreemdeling wordt ongegrond verklaard.