ECLI:NL:RBARN:2007:BB4188
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopig getuigenverhoor bij ontslag op staande voet wegens valselijk uitgeven cadeaubonnen
De werknemer, sinds 1 maart 2005 in dienst als baliemedewerker/verkoper, werd op 6 juni 2007 op staande voet ontslagen wegens het valselijk uitgeven van cadeaubonnen en het overtreden van interne regels. De werkgever baseerde het ontslag mede op een forensisch schriftkundig onderzoek dat met grote waarschijnlijkheid het handschrift van de werknemer op vervalste bonnen vaststelde.
De werknemer betwistte de verwijten en verzocht om een voorlopig getuigenverhoor om zijn onschuld te onderbouwen. Tijdens de zitting erkende de werkgever dat bepaalde onjuiste transacties regelmatig voorkwamen met medeweten van de directie, maar stelde dat de werknemer zonder voorafgaande toestemming handelde.
De kantonrechter oordeelde dat de werknemer onvoldoende belang had bij het horen van getuigen, omdat de werkgever de specifieke transactie niet aan het ontslag ten grondslag kon leggen en de werknemer geen concrete aanwijzingen gaf over wat getuigen zouden verklaren. Het verzoek werd daarom afgewezen en de proceskosten werden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: Het verzoek tot voorlopig getuigenverhoor wordt afgewezen wegens onvoldoende belang.