ECLI:NL:RBARN:2007:BB5022
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering ABN AMRO wegens onvoldoende bewijs misleiding bij kredietaanvraag
De zaak betreft een geschil tussen ABN AMRO Bank N.V. en een klant die een kredietaanvraag deed in oktober 2005. De bank stelde dat de klant misleidende salarisspecificaties had overgelegd, waarbij werd gesteld dat het salaris op een ABN AMRO-rekening werd gestort, terwijl dit feitelijk op een SNS Bank-rekening plaatsvond.
De rechtbank oordeelde dat ABN AMRO onvoldoende had onderbouwd dat de klant misleiding had gepleegd. Uit het bewijs bleek dat de bank op de hoogte was van een overstapservice waarbij salarisbetalingen werden doorgestuurd naar de SNS-rekening. De bank had ook niet gereageerd op bewijsstukken die dit stelden.
De rechtbank benadrukte dat van een professionele kredietverlener mag worden verwacht dat zij zelf de juiste gegevens over haar cliënten verzamelt en vragen stelt bij onduidelijkheden. De vordering van ABN AMRO werd afgewezen en de bank werd veroordeeld in de proceskosten ten gunste van de klant.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering van ABN AMRO af wegens onvoldoende bewijs van misleiding.