ECLI:NL:RBARN:2007:BB6898
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Veroordeling veehouder voor ernstige verwaarlozing van dieren en overtreding welzijnsvoorschriften
De rechtbank Arnhem heeft op 1 november 2007 uitspraak gedaan in de zaak tegen een veehouder die zijn dieren ernstig had verwaarloosd. Op zijn terrein werden meerdere kadavers en verwaarloosde dieren aangetroffen, waaronder runderen en schapen die niet voorzien waren van oormerken en onvoldoende verzorging kregen. De veehouder had onder meer dieren in natte mest laten staan, onvoldoende voer en water verstrekt en dieren niet tijdig bekapt of behandeld.
Tijdens de zitting op 18 oktober 2007 heeft verdachte zich verdedigd, maar de rechtbank achtte het bewezen dat hij de dieren niet overeenkomstig de geldende regelgeving had verzorgd en dat hij ook destructiemateriaal had onttrokken aan verwerking. De rechtbank nam mee dat verdachte na het overlijden van zijn moeder in een ernstige depressie was geraakt en onder behandeling stond, maar oordeelde dat dit geen vrijbrief was voor het nalaten van hulp inroepen.
De rechtbank legde een voorwaardelijke gevangenisstraf van drie maanden op, gekoppeld aan een proeftijd van twee jaar, en een werkstraf van 240 uur. Tevens werd een gedeeltelijke stillegging van de onderneming voor de duur van één jaar opgelegd, waarbij het aantal dieren dat gehouden mocht worden werd beperkt. De opbrengst van de verkoop van 50 in beslag genomen runderen minus kosten werd aan verdachte teruggegeven. De straf is zwaarder dan geëist vanwege het belang van preventie.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot drie maanden voorwaardelijke gevangenisstraf, 240 uur werkstraf en gedeeltelijke stillegging van zijn bedrijf wegens ernstige dierenverwaarlozing.