ECLI:NL:RBARN:2007:BB8128
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- M.C.G.J. van Well
- P.A. Huidekoper
- J.C.E. Ackermans-Wijn
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen kantonrechter wegens vermeende vooringenomenheid
De verdachte, woonachtig te Druten, werd gedagvaard voor het niet aangelijnd houden van een hond en het niet voorkomen van achterlaten van uitwerpselen op het voetpad, in strijd met de APV Druten. Tijdens de zitting op 25 juli 2007 trad mr. A op als kantonrechter. De verdachte diende een wrakingsverzoek in tegen mr. A, stellende dat deze vooringenomen was omdat hij tijdens eerdere strafzaken steeds de eis van de officier van justitie volgde en in zijn zaak de feiten reeds als vaststaand presenteerde.
De wrakingskamer onderzocht het verzoek aan de hand van processtukken, schriftelijke en mondelinge toelichtingen, en concludeerde dat mr. A slechts de feiten zoals door de officier van justitie ten laste gelegd had mededeelde, zonder deze als bewezen te achten. Tevens was mr. A niet gebonden aan de eis en overwoog hij getuigen te horen, wat de onafhankelijkheid bevestigde.
Op grond van artikel 512 Sv Pro en artikel 6 EVRM Pro werd geoordeeld dat er geen zwaarwegende aanwijzingen waren voor vooringenomenheid of het ontbreken van onpartijdigheid. Het wrakingsverzoek werd daarom afgewezen en de procedure werd voortgezet onder de benoemde rechters.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de kantonrechter is afgewezen wegens gebrek aan gegronde aanwijzingen voor vooringenomenheid.