ECLI:NL:RBARN:2007:BB8741

Rechtbank Arnhem

Datum uitspraak
26 november 2007
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
05/800495
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 36f SrArt. 9a SrArt. 51b Sv
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak wegens ontbreken bewijs feitelijk aanranden collega-militair aan boord Hr. Ms. Tjerk Hiddes

In deze strafzaak stonden meerdere militairen terecht voor het feitelijk aanranden van een collega-militair aan boord van het schip Hr. Ms. Tjerk Hiddes tijdens de operatie Enduring Freedom in 2004-2005. De verdachten zouden het slachtoffer tegen haar wil in een kist hebben gestopt en over het dek hebben gekanteld. Daarnaast werd een verdachte beschuldigd van het als meerdere toelaten van deze handelingen.

De officier van justitie eiste werkstraffen en vorderde een schadevergoeding voor het slachtoffer. Tijdens de zitting heeft de rechtbank het bewijs beoordeeld en geoordeeld dat voor een verdachte het tenlastegelegde niet wettig en overtuigend was bewezen. Deze verdachte werd vrijgesproken. Ook werd een civiele vordering van het slachtoffer afgewezen omdat geen straf of maatregel tegen verdachte werd opgelegd.

De rechtbank hield bij de strafmaat rekening met het feit dat de zaak al geruime tijd geleden plaatsvond en aanvankelijk onderdeel was van een groter onderzoek naar ernstige misstanden aan boord. Het slachtoffer had door het handelen van verdachten pijn, angst en vernedering ervaren, maar het bewijs was onvoldoende om tot een veroordeling te komen.

De uitspraak werd gedaan door de militaire kamer van de rechtbank Arnhem op 12 november 2007, waarbij drie rechters het vonnis ondertekenden. De zaak betrof een delicate situatie binnen de krijgsmacht, waarbij het bewijs en de herinneringen van de verdachten onvoldoende waren om tot een veroordeling te komen.

Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens ontbreken van wettig en overtuigend bewijs voor feitelijk aanranden.

Uitspraak

RECHTBANK ARNHEM
SECTOR STRAFRECHT
MILITAIRE KAMER
Parketnummer : 05/800495-07
Datum zitting : 12 november 2007
Datum uitspraak : 12 november 2007
TEGENSPRAAK
In de zaak van
de officier van justitie in het arrondissement Arnhem
tegen
naam : [verdachte],
geboren op : [geboortedatum] te 's-Gravenhage,
adres : [adres],
plaats : [woonplaats].
Raadsman: mr. P. Reitsma, advocaat te Harderwijk.
1. De inhoud van de tenlastelegging
Aan verdachte is tenlastegelegd dat:
hij als sergeant, werkzaam bij de Koninklijke Marine in om omstreeks de periode van 13 september 2004 tot en met 28 januari 2005, aan boord van de Hr. Ms. Tjerk Hiddes (tijdens de vaarperiode ten behoeve van de Operatie Enduring Freedom) toen en daar opzettelijk heeft toegelaten dat V. [medeverdachte2] (korporaal) en/of J. [medeverdachte1] (matroos der eerste klasse) en/of F.J. [naam] (matroos der eerste klasse), als zijn militaire mindere(n), opzettelijk B.J.E.M. [slachtoffer], die toen militair was, althans die bij of ten behoeve van de krijgsmacht werkzaam was, feitelijk hebben/heeft bedreigd met geweld en/of feitelijk hebben/heeft aangerand door toen en daar opzettelijk die [slachtoffer] met kracht en tegen haar wil in een kist te tillen en/of te duwen en die kist met een deksel af te sluiten en/of dicht te houden en aldus die [slachtoffer] tegen haar wil in die kist vast te houden en/of die kist (over het dek) te kantelen en/of te rollen;
2. Het onderzoek ter terechtzitting
De zaak is op 12 november 2007 ter terechtzitting onderzocht. Daarbij is verdachte verschenen. Verdachte is bijgestaan door mr. P. Reitsma, advocaat te Harderwijk.
Als benadeelde partij heeft zich schriftelijk in het geding gevoegd: B.J.E.M. [slachtoffer], wonende [adres]. Namens de benadeelde partij is mr. T.H. ten Wolde, advocaat bij AFMP, ter terechtzitting verschenen.
De officier van justitie heeft geëist dat verdachte ter zake van het tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een werkstraf voor de duur van 75 uren subsidiair 38 dagen vervangende hechtenis.
De officier van justitie heeft verzocht dat de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer] tot een bedrag van € 250,00 wordt toegewezen en dat er een schadevergoedingsmaatregel ex artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht wordt opgelegd tot dit bedrag, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 5 dagen hechtenis. Voor het overige heeft de officier van justitie verzocht dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk zal worden verklaard in de vordering.
Verdachte en zijn raadsman hebben het woord ter verdediging gevoerd.
3. De beslissing inzake het bewijs
Voor zover in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.
De rechtbank acht niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen verdachte is tenlastegelegd en zal hem daarvan vrijspreken.
De rechtbank overweegt daarbij als volgt.
Verdachte zelf heeft in het proces-verbaal herhaalde malen en ook ter zitting verklaard zich niet te kunnen herinneren bij het incident aanwezig te zijn geweest.
Mede gelet op het tijdsverloop gelegen tussen de in de tenlastelegging omschreven gebeurtenis en de in het proces-verbaal en ter zitting afgelegde verklaringen van verdachte en getuigen, heeft de rechtbank niet door de inhoud van wettige bewijsmiddelen de overtuiging bekomen dat verdachte bij deze gebeurtenis aanwezig is geweest en, derhalve, het hem tenlastegelegde strafbare feit heeft begaan.
4. De beoordeling van de civiele vordering alsmede de
gevorderde oplegging van de schadevergoedingsmaatregel
De benadeelde partij heeft overeenkomstig het bepaalde in artikel 51b van het Wetboek van Strafvordering opgave gedaan van de inhoud van de vordering, strekkende tot vergoeding van geleden schade.
De rechtbank zal de benadeelde partij [slachtoffer] niet-ontvankelijk verklaren in de vordering omdat aan verdachte geen straf of maatregel zal worden opgelegd, dan wel toepassing wordt gegeven aan artikel 9a van het wetboek van Strafrecht.
5. De beslissing
De rechtbank, rechtdoende:
Spreekt verdachte vrij van het tenlastegelegde feit.
De beslissing op de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer], wonende [adres].
Verklaart de benadeelde partij [slachtoffer] niet-ontvankelijk in de vordering.
Aldus gewezen door:
mr. A. Tegelaar, rechter, als voorzitter
mr. M.A.E. Somsen, rechter,
kapitein-ter-zee van administratie mr. H.T. Wagenaar, militair lid,
in tegenwoordigheid van mr. H.G. Eskes, griffier,
en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 12 november 2007.