ECLI:NL:RBARN:2007:BB9208
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- M. Wesselink
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid bestuurder voor hoofdelijke medeschuld kredietovereenkomst BV
Op 17 september 2001 werd een besloten vennootschap opgericht waarvan de gedaagde bestuurder en enig aandeelhouder was. In november 2002 sloot de BV een kredietovereenkomst met ABN AMRO Bank tot een maximum van €63.900, waarbij de gedaagde zich hoofdelijk aansprakelijk stelde voor de schulden van de BV. In juni 2004 werden de aandelen van de BV verkocht en het bedrijf verplaatst naar Polen. De bank zegde de kredietovereenkomst op in november 2005 en droeg de incasso over aan een incassobureau.
De bank vorderde betaling van €67.043,55 plus rente en kosten van de gedaagde als hoofdelijk schuldenaar. De gedaagde voerde aan dat zij niet begreep dat zij hoofdelijk aansprakelijk was en stelde dat de bank haar mededelingsplicht had geschonden. Tevens stelde zij dat de bank tekort was geschoten in haar zorgplicht en toezicht op het krediet.
De rechtbank oordeelde dat de kredietovereenkomst duidelijk was en dat de gedaagde voldoende kennis had van haar aansprakelijkheid. Het verweer van dwaling werd verworpen. Ook werd geoordeeld dat de bank niet tekort was geschoten in haar zorgplicht, aangezien het krediet aan een normale onderneming werd verstrekt en de gedaagde zelf het krediet volledig had benut. De vordering van de bank werd toegewezen, inclusief rente en proceskosten. Het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de bestuurder tot betaling van €67.043,55 plus rente en kosten als hoofdelijk schuldenaar van de kredietovereenkomst.