ECLI:NL:RBARN:2007:BB9574
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling proceskostenvergoeding in bezwaar tegen definitieve aanslag inkomstenbelasting
Verweerder legde aan eiser voor het jaar 2004 een definitieve aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen op, die na bezwaar werd verminderd. Eiser kreeg daarbij een proceskostenvergoeding van € 41 toegekend, gelijk aan een kwart punt volgens het Besluit proceskosten bestuursrecht. Eiser stelde beroep in tegen de hoogte van deze vergoeding en vorderde een volledige puntvergoeding.
De rechtbank stelde vast dat de voorlopige aanslagen geen rol spelen bij de beoordeling van de proceskostenvergoeding, omdat het bezwaar zich richtte op de definitieve aanslag. De onjuistheden in de voorlopige aanslagen waren veroorzaakt door onjuiste aangifte van eiser, zodat geen aan verweerder toe te rekenen onrechtmatigheid bestond.
De rechtbank oordeelde dat het bezwaar tegen de definitieve aanslag zeer licht was, omdat de gemachtigde slechts één eenvoudige brief hoefde te schrijven om de aanslag te verminderen. Er was geen aannemelijk bewijs dat eiser meer kosten had gemaakt dan de toegekende € 41. De correspondentie over de hoogte van de vergoeding na bezwaar was niet relevant voor de beoordeling.
Gelet op deze omstandigheden was de toekenning van een kwart punt proceskostenvergoeding terecht. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en legde geen proceskostenveroordeling op.
Uitkomst: De rechtbank bevestigt de toekenning van een kwart punt proceskostenvergoeding voor een zeer lichte zaak en verklaart het beroep ongegrond.