ECLI:NL:RBARN:2007:BB9581
Rechtbank Arnhem
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening inzake proces-verbaal in belastingzaak
Verzoekster, een BV, kreeg een naheffingsaanslag accijns en omzetbelasting opgelegd over het tijdvak november 2003 tot oktober 2004. Tegen deze aanslag werd bezwaar en beroep ingesteld. Tijdens het strafrechtelijk onderzoek stelde de FIOD-ECD een overzichtsproces-verbaal op, dat verzoekster wilde laten verwijderen uit de gedingstukken in de belastingprocedure.
Verzoekster stelde dat het proces-verbaal niet tot de stukken behoort omdat het niet ten grondslag lag aan de aanslag en zonder toestemming van de officier van justitie werd gebruikt. De voorzieningenrechter oordeelde dat de vraag of het proces-verbaal tot de gedingstukken behoort, in de bodemprocedure kan worden beantwoord en dat er geen spoedeisend belang was om nu een voorlopige voorziening te treffen.
Daarmee werd het verzoek afgewezen. Er was geen onherstelbaar procesueel nadeel voor verzoekster en de voorzieningenrechter zag geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. De uitspraak werd gedaan op 22 november 2007 door de voorzieningenrechter van de rechtbank Arnhem.
Uitkomst: Het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens gebrek aan spoedeisend belang.