ECLI:NL:RBARN:2007:BB9731

Rechtbank Arnhem

Datum uitspraak
28 november 2007
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
503956 CV Expl. 07-2556
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • P.A. Huidekoper
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3:185 BWArt. 678 RVArt. 1:99 BWArt. 677 RVArt. 93 RV
Verwijzingen
6 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevoegdheid rechtbank Utrecht bij verdeling huwelijksgoederengemeenschap na echtscheiding

Na de echtscheiding uitgesproken door de rechtbank Utrecht, verzocht eiseres de kantonrechter over te gaan tot verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap op grond van artikel 3:185 BW Pro. De kantonrechter stelde zich onbevoegd omdat de rechtbank Utrecht bij beschikking de ontbinding van de gemeenschap had uitgesproken en een notaris had benoemd voor de verdeling.

De rechtbank Utrecht blijft bevoegd zolang de notaris partijen niet kan verenigen en geen proces-verbaal van onenigheid heeft opgesteld. Pas daarna kan de rechtbank Utrecht zelf overgaan tot verdeling. De kantonrechter verwees de zaak dan ook terug naar de rechtbank Utrecht.

De procedure omvatte een incidentele eis tot onbevoegdheid van de kantonrechter, waarbij eiseres stelde dat de waarde van de goederen onder de € 5000 lag, wat volgens haar de bevoegdheid van de kantonrechter zou vestigen. Dit werd verworpen.

De kantonrechter benadrukte het belang van een ernstige poging tot verenigen van partijen onder leiding van een notaris, mede om de rechterlijke macht te ontlasten en gebruik te maken van de deskundigheid van de notaris.

De kantonrechter verklaarde zich onbevoegd en verwees de zaak naar de rechtbank Utrecht, die bevoegd is om de verdeling te behandelen.

Uitkomst: De kantonrechter verklaart zich onbevoegd en verwijst de zaak naar de rechtbank Utrecht.

Uitspraak

Vonnis in het bevoegdheidsincident
RECHTBANK ARNHEM
Sector kanton
Locatie Tiel
zaakgegevens 503956 \ CV EXPL 07-2556 \ DvS 308
uitspraak van 28 november 2007
Vonnis in het bevoegdheidsincident in de zaak van
[eisende partij]
wonende te Tiel
eisende partij
gemachtigde mw. mr. A.M. Beuwer, advocaat te Utrecht
(Melchers Advocaten – postbus 13028 – 3507 LA Utrecht)
toevoegingsnummer [---]
tegen
[gedaagde partij]
wonende te [Wadenoijen]
gedaagde partij
gemachtigde mr. C.G.TH. van Ouwerkerk, advocaat te Tiel
(Van Ouwerkerk Winkelman & Elings – potsbus 519 – 4000 AM Tiel)
Partijen worden hierna [eisende partij] en [gedaagde partij] genoemd.
De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 13 augustus 2007 met producties;
- de incidentele eis tot onbevoegdheid;
- de conclusie van antwoord in het incident tot onbevoegdheid, tevens wijziging van eis.
Het geschil en de beoordeling daarvan
[eisende partij] vordert op de in de inleidende dagvaarding vermelde gronden en na haar eis bij conclusie van antwoord in het incident tot onbevoegdheid te hebben gewijzigd, dat de kantonrechter bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:
I. beveelt over te gaan tot afgifte aan [eisende partij] van inboedelgoederen uit de voormalige woning op het adres [straat en plaats] ter waarde van de helft van de waarde van de volledige inboedel, waaronder in elk geval de op de beide lijstjes, bij dagvaarding overgelegd als productie 3, genoemde goederen;
II. beveelt over te gaan tot afgifte aan [eisende partij] van de volgende sierraden, verkregen door de vrouw uit erfenis van de tante van gedaagde: een gouden polshorloge, een gouden ketting met steen, en een gouden ring;
III. beveelt over te gaan tot afgifte aan [eisende partij] van al haar kleding en toiletartikelen;
IV. beveelt dat [gedaagde partij] overgaat tot betaling aan [eisende partij] van de helft van de afkoopwaarde van de uitvaartverzekering aangegaan bij LPU Verzorgingsverzekeringen (thans Aegon) met polisnummer [--], alsmede tot betaling aan [eisende partij] van de helft van de afkoopwaarde van de overlijdenskosten verzekering aangegaan bij de Onderlinge ’s-Gravenhage met polisnummer [---], onder overlegging van genoegzaam bewijs van de precieze afkoopbedragen;
V. bepaalt dat [gedaagde partij], voor iedere dag of deel daarvan dat hij niet voldoet aan het gevorderde onder sub I, II, III en IV, telkens een dwangsom verbeurt van € 250,00;
VI. bepaalt dat partijen elk hun eigen proceskosten moeten dragen.
[eisende partij] heeft aan haar vordering ten grondslag gelegd de beschikking van de rechtbank Utrecht d.d. 25 april 2007, waarin -onder meer- is bepaald dat partijen tot verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap (hierna de gemeenschap) dienen over te gaan.
[gedaagde partij] heeft vóór alle weren geconcludeerd dat de zaak verwezen dient te worden naar de enkelvoudig kamer van de civiele sector van de rechtbank Arnhem omdat de kantonrechter te Tiel onbevoegd is kennis te nemen van de vordering van [eisende partij]. [gedaagde partij] voert aan dat de vordering van [eisende partij] geen betrekking zou hebben op de in artikel 93 van Pro het wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (RV) omschreven gevallen.
[eisende partij] heeft tegen de incidentele eis tot onbevoegdheid aangevoerd dat de gevorderde goederen van onbepaalde waarde zijn, in elk geval een bedrag van € 5000,00 ‘duidelijk niet te boven gaan’.
De beoordeling
Ingevolge artikel 1:99, lid 1, sub a van het Burgerlijk Wetboek wordt de gemeenschap van rechtswege ontbonden door het eindigen van het huwelijk. Bij beschikking van de rechtbank Utrecht d.d. 25 april 2007 is de echtscheiding tussen partijen uitgesproken. Door inschrijving van deze beschikking in de registers van de burgerlijke stand is de echtscheiding tot stand gekomen en is het huwelijk van partijen geëindigd.
Op grond van het bepaalde in artikel 3:178 BW Pro kunnen beide echtlieden voor de verdeling van de ontbonden gemeenschap een vordering tot verdeling van de gemeenschap instellen. De rechtbank Utrecht heeft in de op 25 april 2007 afgegeven beschikking beslist dat partijen met elkaar dienen over te gaan tot verdeling van de gemeenschap. Wanneer zij binnen veertien dagen na de inschrijving van de beschikking geen overeenstemming over de keuze van een notaris hebben bereikt, zullen de werkzaamheden van deze verdeling worden verricht door mr. [naam notaris], notaris te Utrecht, of diens waarnemer of opvolger.
De rechtbank heeft vertegenwoordigers van partijen aangewezen wanneer een van de partijen niet meewerkt aan de verdeling. Ingevolge artikel 677 van Pro het Wetboek van burgerlijke rechtsvordering bepaalt de notaris dag en uur waarop partijen voor hem moeten verschijnen. De notaris roept partijen op tegen het door hem vastgestelde tijdstip.
Indien de notaris [eisende partij] en [gedaagde partij] niet kan verenigen en geen volledige overeenstem-ming is bereikt, constateert de notaris dit in een proces-verbaal. Op grond van artikel 3:185 BW Pro kunnen partijen dan een vordering bij de rechter instellen tot het gelasten van een bepaalde wijze van verdeling of tot het door de rechter zelf vaststellen van de verdeling. Zolang de rechter geen afschrift heeft van het door de notaris opgestelde proces-verbaal, kan de rechter op verlangen van elk der partijen de zaak aanhouden teneinde de notaris opnieuw in de gelegenheid te stellen partijen te verenigen. De strekking is dat tenminste een ernstige poging wordt ondernomen om partijen te verenigen onder leiding van een notaris, mede gelet op de overbelasting van de rechterlijke macht en de specifieke deskundigheid van een notaris. Wanneer werkelijk geen vereniging tussen [eisende partij] en [gedaagde partij] mogelijk blijkt is de rechter, welke tevens de beschikking heeft afgegeven, weer bevoegd om van de zaak kennis te nemen, in casu de rechtbank Utrecht. De kantonrechter verklaart zich daarom onbevoegd om kennis te nemen van de vordering van [eisende partij].
De kantonrechter verwijst de zaak in de stand waarin deze zich bevindt naar de rechtbank Utrecht .
De beslissing
De kantonrechter,
rechtdoende,
verklaart zich onbevoegd om van de vordering van [eisende partij] kennis te nemen;
verwijst de zaak in de stand waarin deze zich bevindt naar de rechtbank Utrecht.
Dit vonnis is gewezen door de kantonrechter mr. P.A. Huidekoper en in het openbaar uitgesproken op 28 november 2007.