ECLI:NL:RBARN:2007:BB9830
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- F.M. Smit
- A.J.H. van Suilen
- A.F.M. Geerling
- Rechtspraak.nl
Navordering inkomstenbelasting wegens kwade trouw ondanks ontbreken nieuw feit
Eiser diende een aangifte inkomstenbelasting in over 2002 met een verlies uit onderneming, waaronder een verlies uit zijn deelname in een film CV. De Belastingdienst had een winstvaststellingsovereenkomst (WVO) met de film CV gesloten, die in november 2004 werd opgezegd. Eiser was niet op de hoogte van deze opzegging bij het doen van zijn aangifte op 9 november 2004, maar ontving later een brief van de beherend vennoot op 19 november 2004 waarin de opzegging werd bevestigd.
Verweerder legde een navorderingsaanslag op wegens vermeende kwade trouw van eiser bij het doen van de aangifte en stelde dat er sprake was van een nieuw feit. De rechtbank oordeelde dat geen nieuw feit aanwezig was omdat verweerder al op de hoogte was van de opzegging vóór de aanslag, maar dat eiser na ontvangst van de brief van 19 november 2004 wel degelijk kwade trouw had omdat hij bewust nagelaten had de aangifte aan te passen.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond vanwege een motiveringsgebrek in de uitspraak op bezwaar, maar liet de rechtsgevolgen daarvan in stand. De navorderingsaanslag bleef daardoor geldig. Verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van redelijke proceskosten van eiser, met uitzondering van kosten voor rechtsbijstand die niet aannemelijk waren gemaakt.
De uitspraak werd op 11 december 2007 door de rechtbank Arnhem gewezen door mr. F.M. Smit, mr. A.J.H. van Suilen en mr. A.F.M. Geerling.
Uitkomst: De navorderingsaanslag blijft in stand wegens kwade trouw, ondanks ontbreken van een nieuw feit; beroep gegrond wegens motiveringsgebrek maar rechtsgevolgen blijven gehandhaafd.