ECLI:NL:RBARN:2007:BC0112
Rechtbank Arnhem
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Afwijzing contact- en straatverbod wegens onvoldoende bewijs van stelselmatig lastigvallen
Twee dochters vorderden in kort geding dat hun ouders een contact- en straatverbod zouden krijgen omdat zij hun zoontjes seksueel zouden hebben misbruikt. De ouders werden beschuldigd van grensoverschrijdend gedrag en er was sprake van een gespannen familieverhouding.
De politie had de ouders gehoord en de zaak was geseponeerd wegens gebrek aan bewijs. De ouders hadden zich na 18 oktober 2007 onthouden van contact, hoewel er eerder contactpogingen waren, zoals het sturen van een verjaardagskaart en een bezoek aan een van de dochters.
De rechtbank oordeelde dat een contact- en straatverbod een zware inbreuk op de bewegingsvrijheid is en dat dit alleen kan worden opgelegd bij voldoende bewijs van stelselmatig lastigvallen. Dit was in deze zaak niet komen vast te staan. Daarom werd de vordering afgewezen en werd bepaald dat iedere partij haar eigen proceskosten draagt.
Uitkomst: De rechtbank wijst het contact- en straatverbod af wegens onvoldoende bewijs van stelselmatig lastigvallen.