ECLI:NL:RBARN:2007:BC1576
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing persoonlijke aansprakelijkheid bestuurders wegens onvoldoende ernstig verwijt bij niet-nakoming samenwerkingsovereenkomst
Eiser sloot op 4 juli 2000 een samenwerkingsovereenkomst met een BV, waarbij hij een persoonlijk gebruiksrecht kreeg en een schadevergoeding bij niet-nakoming was overeengekomen. Eiser stelde bestuurders van de BV persoonlijk aansprakelijk wegens het bewerkstelligen van de overdracht van huurrecht en het niet betrekken van zijn vordering bij de vereffening.
De bestuurders betwistten deze verwijten gemotiveerd en stelden dat het huurrecht niet was overgedragen en dat de overdracht van exploitatie aan een andere vennootschap geen wijziging in het gebruiksrecht van eiser bracht. De rechtbank nam aan dat sprake was van schending van de samenwerkingsovereenkomst, maar oordeelde dat dit niet automatisch leidt tot persoonlijke aansprakelijkheid van bestuurders.
De rechtbank stelde dat eiser onvoldoende feiten en omstandigheden had gesteld die een ernstig verwijt opleverden voor persoonlijke aansprakelijkheid. Ook was niet gebleken dat de bestuurders ten tijde van ontbinding van de BV bekend waren met de vordering van eiser. De vorderingen werden afgewezen en eiser werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vorderingen van eiser worden afgewezen wegens onvoldoende ernstig verwijt voor persoonlijke aansprakelijkheid van bestuurders.