ECLI:NL:RBARN:2007:BC1836
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Matiging boete wegens overtreding relatiebeding door werknemer na dienstverband
De werknemer had in zijn arbeidsovereenkomst een relatiebeding en boetebeding opgenomen, dat hem verbood om binnen twee jaar na beëindiging van het dienstverband werkzaamheden te verrichten voor cliënten van de werkgever. Na zijn vertrek bij de werkgever trad hij in dienst bij een andere vennootschap en verrichtte werkzaamheden voor voormalige cliënten van de werkgever, wat volgens de werkgever een overtreding van het relatiebeding vormde.
De werkgever vorderde een boete van bijna € 600.000,-, gebaseerd op het aantal overtredingen en de duur daarvan. De werknemer voerde verweer en stelde onder meer dat de boete gematigd moest worden op grond van redelijkheid en billijkheid, omdat de werkgever geen schade had geleden en het relatiebeding onredelijk was.
De kantonrechter stelde vast dat de werknemer het relatiebeding 31 keer had overtreden en dat de overtreding vijf dagen had voortgeduurd. De kantonrechter oordeelde dat het boetebeding geldig was, maar dat matiging op zijn plaats was gezien de ernst van de overtredingen, het ontbreken van schade voor de werkgever en de positie van de werknemer. De boete werd gematigd tot € 31.500,-, vermeerderd met wettelijke rente.
De gevorderde hoofdelijke veroordeling werd afgewezen en de proceskosten werden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: Werknemer wordt veroordeeld tot betaling van een gematigde boete van € 31.500,- wegens overtreding van het relatiebeding.