ECLI:NL:RBARN:2007:BJ2828
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-zakelijke inkoop aandelen leidt tot correctie winst uit aanmerkelijk belang
Eiser was aandeelhouder van een BV en verkocht in 2000 zijn aandelen aan de BV tegen de intrinsieke waarde, terwijl de economische waarde aanzienlijk hoger was. De Belastingdienst corrigeerde de winst uit aanmerkelijk belang op grond van artikel 20c, vierde lid, Wet IB 1964 wegens een niet onder normale omstandigheden gesloten overeenkomst.
De rechtbank stelt vast dat de koopovereenkomst niet schriftelijk is vastgelegd en dat eerdere transacties binnen de familie niet vergelijkbaar zijn met deze transactie, mede vanwege het nieuwe samenwerkingsverband en de hogere economische waarde. De rechtbank acht het aannemelijk dat eiser de koper wilde bevoordelen door de aandelen onder de werkelijke waarde te verkopen.
De rechtbank concludeert dat de transactie onzakelijk was en dat de correctie door verweerder terecht is toegepast. Daarnaast oordeelt de rechtbank over de verkrijgingsprijs van de aandelen en stelt deze vast op ƒ 50.000 in plaats van de door eiser opgegeven ƒ 100.000. Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en de aanslag IB/PVV 2000 wordt bevestigd met toepassing van artikel 20c, vierde lid, Wet IB 1964.