ECLI:NL:RBARN:2007:BJ2877
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling bijdragevervangende belasting voor gemoedsbezwaarde onder Zorgverzekeringswet
Eiser, erkend als gemoedsbezwaarde, is niet verzekeringsplichtig op grond van de Zorgverzekeringswet (Zvw) maar dient een bijdragevervangende belasting te betalen. De Belastingdienst legde hem voor 2007 een voorlopige aanslag op, welke na bezwaar werd gehandhaafd. Eiser betoogt dat het vanwege zijn geloof bezwaarlijk is dat de belasting uitsluitend voor ziektekosten wordt gebruikt, waardoor hij en zijn gezin feitelijk verzekerd zijn.
De rechtbank oordeelt dat hoewel zij begrip heeft voor de bezwaren van eiser, zij niet bevoegd is de innerlijke waarde of billijkheid van de wet te toetsen. Artikel 11 van Pro de Wet algemene bepalingen bepaalt dat de rechter slechts volgens de wet moet rechtspreken. Hierdoor wordt het beroep ongegrond verklaard.
Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan op 19 november 2007 door rechter A.J.H. van Suilen. Partijen kunnen binnen zes weken hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de bijdragevervangende belasting wordt ongegrond verklaard.