ECLI:NL:RBARN:2007:BL7600
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aftrek lijfrentepremies wegens ontbreken bewijs van betaling door belastingplichtige
Eiser, directeur-grootaandeelhouder van een BV, heeft in zijn aangifte inkomstenbelasting 2001 een bedrag van €7.652 aan lijfrentepremies afgetrokken. De Belastingdienst stelde een navorderingsaanslag en boete vast omdat de premies door de BV zijn betaald en niet door eiser persoonlijk.
De rechtbank oordeelt dat eiser de bewijslast draagt voor de aftrekbaarheid van de premies. Uit de stukken blijkt dat de betalingen door de BV zijn gedaan en eiser heeft geen inzage gegeven in de wijze waarop deze betalingen voor zijn rekening zijn gekomen. Hierdoor is niet aannemelijk dat het om op eiser drukkende uitgaven gaat.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en ziet geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan op 7 juni 2006 door rechter Van Daalen-Mannaerts.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard wegens het ontbreken van bewijs dat de lijfrentepremies door hem zijn betaald.