ECLI:NL:RBARN:2008:BC2569
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- T.P.E.E. van Groeningen
- Rechtspraak.nl
Niet-rechtsgeldige verhoging vacatiegelden Raad van Commissarissen en geen onbehoorlijke taakvervulling
De rechtbank Arnhem behandelde een geschil over vacatiegelden van de Raad van Commissarissen (RvC) van NIM Bedrijfsmaatschappelijk Werk B.V. Eisers vorderden betaling van hogere vacatiegelden dan de in 1998 vastgestelde vergoeding, stellende dat in 2000 een verhoging was overeengekomen. De vennootschap betwistte dit en voerde tevens aan dat eisers hun taken als commissarissen onbehoorlijk hadden vervuld.
De rechtbank stelde vast dat de statuten voorschrijven dat de algemene vergadering van aandeelhouders (AVA) de bezoldiging vaststelt. De vermeende verhoging in 2000 was niet rechtsgeldig genomen, omdat niet aan het schriftelijkheidsvereiste was voldaan. Er was geen gerechtvaardigd vertrouwen dat een hogere vergoeding was vastgesteld. Ook de vergoeding voor de gedelegeerd commissaris kon niet worden toegekend, omdat deze niet door de AVA was vastgesteld.
Ten aanzien van de stelling dat eisers hun taken onbehoorlijk hadden vervuld, oordeelde de rechtbank dat NIM onvoldoende feiten had aangevoerd om dit te onderbouwen. De nietigheid van de inkoop van eigen aandelen was onvoldoende om commissarissen aansprakelijk te stellen. De opdracht aan K + V voor een onderzoek was met instemming van de bestuurder gegeven en vormde geen onbehoorlijke taakvervulling.
De rechtbank droeg eisers op bewijs te leveren van hun aanwezigheid bij de vergaderingen en hield verdere beslissingen aan. De vorderingen tot betaling van hogere vacatiegelden werden afgewezen, evenals de vorderingen van NIM tot schadevergoeding wegens onbehoorlijke taakvervulling.
Uitkomst: Het besluit tot verhoging van de vacatiegelden is niet rechtsgeldig en er is geen recht op extra vergoeding voor de gedelegeerd commissaris; tevens is geen sprake van onbehoorlijke taakvervulling.