ECLI:NL:RBARN:2008:BC2783
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Geschil tussen verzekeraars over dekking en aansprakelijkheid na verkeersongeval met bestelbus
London Verzekeringen en RVS Schadeverzekering zijn verwikkeld in een geschil over de aansprakelijkheid voor schadevergoeding aan een voetganger die ernstig letsel opliep bij een aanrijding met een bestelbus. London had de verzekering van de bestelbus beëindigd wegens premieachterstalligheid, waarna RVS een verzekeringsovereenkomst met betrekking tot de bestelbus sloot. De kern van het geschil betreft het tijdstip waarop RVS de verzekering in dekking heeft genomen en of zij op het moment van het ongeval aansprakelijk was.
London vordert dat RVS en subsidiair het Waarborgfonds de schadevergoeding aan London vergoeden, stellende dat RVS als regelend verzekeraar had moeten optreden. RVS betwist dit en stelt dat de verzekering pas na het ongeval van kracht werd. De rechtbank overweegt dat volgens artikel 13 lid 7 WAM Pro de benadeelde mag afgaan op de registratie bij de RDW, tenzij de verzekeraar aantoont dat deze onjuist is. RVS heeft de bewijslast om aan te tonen dat de verzekering pas na het ongeval is ingegaan.
De rechtbank oordeelt dat indien RVS bewijst dat de verzekering pas na het ongeval van kracht werd, zij niet aansprakelijk is voor de schade. London heeft betwist dat de verzekering pas na het ongeval werd afgesloten en stelt dat er sprake was van voorlopige dekking. De beslissing over het tijdstip van dekking wordt aangehouden tot na bewijslevering. Ook de vordering tegen het Waarborgfonds wordt aangehouden. De rechtbank bepaalt dat RVS bewijs moet leveren en regelt de procedure voor getuigenverhoor en bewijsstukken.
Uitkomst: De beslissing over de aansprakelijkheid van RVS wordt aangehouden tot na bewijslevering over het tijdstip van dekking.