ECLI:NL:RBARN:2008:BC3896
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Geschil over totstandkoming en uitvoering overeenkomst verdeling percelen nalatenschap
De zaak betreft een civiel geschil tussen twee zusters over de verdeling van percelen uit de nalatenschap van hun overleden ouders. De eiseres stelt dat er een overeenkomst tot stand is gekomen over de verdeling van drie percelen, waarbij zij perceel N 620 zou verkrijgen en de gedaagde de percelen N 613 en N 615, inclusief een betaling van € 8.000,-. De gedaagde betwist het bestaan van een dergelijke overeenkomst en vordert onder meer opheffing van conservatoir beslag en toestemming voor levering van haar aandeel aan de gemeente.
De rechtbank constateert dat de bewijslast voor het bestaan van de overeenkomst bij de eiseres ligt en draagt haar op dit te bewijzen. Tevens wijst de rechtbank het verzoek van de gedaagde af om de eiseres te verplichten toestemming te verlenen voor levering aan de gemeente, gelet op het gerechtvaardigd belang van de eiseres. De rechtbank wijst ook de voorwaardelijke schadevergoeding af en houdt verdere beslissingen aan, waaronder het getuigenverhoor dat zal plaatsvinden.
De procedure wordt voortgezet met bewijslevering door de eiseres en verdere behandeling van de vorderingen. De rechtbank benadrukt het belang van volledige verdeling van de nalatenschap en wijst partiële verdeling af zonder gewichtige redenen. De zaak wordt aangehouden voor verdere beslissing na bewijslevering.
Uitkomst: De rechtbank draagt de eiseres op bewijs te leveren van de overeenkomst en houdt verdere beslissingen aan.