ECLI:NL:RBARN:2008:BC3900
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling familiair verschoningsrecht van partijgetuige in faillissementsprocedure
In deze civiele procedure betreffende het faillissement van De Heksendans B.V. stond de vraag centraal of een getuige, tevens schoonzoon van een andere gedaagde, zich kon beroepen op het familiair verschoningsrecht. De curator stelde dat de getuige als partijgetuige dit recht niet toekwam, terwijl de andere partij dit betwistte.
De rechtbank overwoog dat het familiair verschoningsrecht niet geldt voor partijgetuigen, maar dat in deze zaak de getuige niet als partijgetuige kon worden aangemerkt omdat de procedure tegen hem was geëindigd. Hierdoor kwam het verschoningsrecht hem wel toe. De curator had bovendien een verzoek ingediend tot het verkrijgen van een financiële afrekening, maar dit werd afgewezen vanwege procedurele tekortkomingen en het feit dat het verzoek niet tegen de juiste partij was gericht.
De rechtbank besloot het beroep op het familiair verschoningsrecht toe te kennen en stelde de zaak aan voor nadere uitlatingen van de curator. Het vonnis werd uitgesproken door mr. M.M. Vanhommerig op 30 januari 2008.
Uitkomst: De rechtbank kende het familiair verschoningsrecht toe aan de getuige en wees het verzoek van de curator af.