ECLI:NL:RBARN:2008:BC4434
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vorderingen na aanvaring binnenvaartschip en duwboot wegens onvoldoende bewijs overtreding vaarregels
In deze civiele procedure stonden twee zaken tegen elkaar: Imperial Schiffahrt cs vorderden schadevergoeding wegens een aanvaring op de Waal tussen een binnenvaartschip en een duwboot, waarbij zij stelden dat de boot van gedaagden de aanvaring had veroorzaakt door overtreding van artikel 6.04 lid 1 van het Rijnvaart Politie Reglement 1995 (RPR).
De rechtbank heeft uitgebreid getuigenverklaringen onderzocht, waaronder die van stuurman van de duwboot, schipper van het binnenvaartschip, en partijgetuigen van beide zijden. De verklaringen vertoonden tegenstrijdigheden en onvoldoende overtuiging over de exacte positie en koers van de betrokken schepen. Met name de verklaringen van Imperial Schiffahrt cs werden niet als overtuigend beoordeeld, mede vanwege inconsistenties en mogelijke beïnvloeding van verklaringen.
De rechtbank concludeert dat Imperial Schiffahrt cs niet is geslaagd in het bewijs dat de boot van gedaagden de aanvaring heeft veroorzaakt door overtreding van artikel 6.04 lid 1 RPR. Hierdoor ontvalt de grondslag voor hun vorderingen en worden deze afgewezen. Tevens worden Imperial Schiffahrt cs veroordeeld in de proceskosten van de gedaagden.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen af wegens onvoldoende bewijs dat de boot van gedaagden de aanvaring heeft veroorzaakt.